Ontslag nemen of krijgen (ook wel 'opzegging' genoemd) betekent dat jij of je baas een einde wilt maken aan je dienstverband. Het maakt dan niet uit of je een contract voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd hebt. Wat wel uitmaakt is dat er een reden moet zijn voor jouw baas om je te ontslaan. Dit kan namelijk niet zomaar en al helemaal niet als je contract nog geldig is. Als je een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd hebt, dan eindigt deze automatisch op de datum of na de gebeurtenis die in het contract vermeld staat. Dit soort arbeidsovereenkomsten kunnen alleen voor de einddatum worden opgezegd als er in het contract staat dat dit mag. Omdat in je arbeidsovereenkomst is opgenomen wanneer de overeenkomst eindigt, heb je niet te maken met opzegtermijnen (dus een datum voor wanneer je je contract moet opzeggen). Heb je een contract voor onbepaalde tijd dan gaan opzegtermijnen wel meespelen. Verder is het zo dat je werkgever toestemming nodig heeft van het UWV werkbedrijf om jou te ontslaan, bij zowel een contract voor bepaalde als onbepaalde tijd. Soms is er geen ontslagvergunning nodig: als je in je proeftijd ontslagen wordt, in geval van een (terecht) ontslag op staande voet, als ontslag met wederzijds goedvinden en bij het ontslag van bepaalde werknemers (ambtenaren, onderwijzend personeel en werknemers die in de huishouding werken bij particulieren).
Opzegtermijn
Zowel de werknemer als de werkgever moet zich houden aan een opzegtermijn. De reden dat opzegtermijnen bestaan is dat een baas niet zomaar van de ene dag op de andere een personeelslid kwijt raakt, zonder dat hij een nieuw persoon in dienst heeft kunnen nemen. Aan de andere kant moet je baas zich ook houden aan een opzegtermijn, zodat jij niet opeens zonder baan zit. Jouw opzegtermijn is in ieder geval een maand. In je contract kan en mag staan dat de opzegtermijn langer is (dus verlengd wordt), maar het mag niet langer zijn dan 6 maanden. Heb je te maken met een verlengd opzegtermijn, dan is de opzegtermijn voor je werkgever altijd het dubbele van jouw opzegtermijn. Dus stel dat jouw opzegtermijn 4 maanden is, dan is de opzegtermijn voor je baas 8 maanden. Alleen wanneer hierover in de voor jou geldende CAO iets anders is geregeld, kunnen de regels anders zijn. De opzegtermijn voor je baas is afhankelijk van hoe lang je voor hem hebt gewerkt. Dit zijn de regels:
korter dan 5 jaar in dienst: 1 maand opzegtermijn,
tussen de 5 en 10 jaar in dienst: 2 maanden,
tussen de 10 en 15 jaar in dienst: 3 maanden,
langer dan 15 jaar: 4 maanden.
Ontslagvergunning
Hierboven zeiden we al dat je baas toestemming nodig heeft als hij jou wil ontslaan. Deze toestemming wordt ook wel een ontslagvergunning genoemd. De ontslagvergunning is bedoeld om jou als werknemer te beschermen, zodat je niet zomaar ontslagen kunt worden. Je baas moet deze ontslagvergunning schriftelijk aanvragen met hele goede redenen voor ontslag erbij. De brief gaat naar het UWV werkbedrijf. Deze stuurt een kopie van de brief naar jou, waar jij weer op kan reageren. Als je het niet met je ontslag eens bent is dit dus het moment waarop je dit kunt aangeven. Ook jij moet met goede redenen komen. Pas als alle partijen hun verhaal hebben gehouden beslist het CWI of jou baas toestemming krijgt om je te ontslaan. Is die toestemming (de vergunning) binnen, dan kan je baas je pas ontslaan. Hij moet zich dan ook nog houden aan de opzegtermijn.
Ontslagverboden
Er zijn een aantal situaties waarin je niet ontslagen mag worden:
• er is geen toestemming van het CWI
• de eerste 2 jaar dat je ziek en arbeidsongeschikt bent
• tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
• -als je lid bent van de Ondernemingsraad (OR), of op een andere manier betrokken bent bij medezeggenschap in je bedrijf
• als je gebruik maakt van ouderschapsverlof
• omdat je lid bent van een vakbond of vanwege het doen van activiteiten voor die vakbond
• op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, sexuele geaardheid of burgerlijke staat.
Op staande voet
Ontslag op staande voet houdt in dat je per direct ontslagen bent. Word je bijvoorbeeld 's ochtends ontslagen dan hoef je de rest van de dag ook niet meer terug te komen. Je kunt niet zomaar op staande voet ontslagen worden, daar moet je baas een goede reden voor hebben.
In de wet wordt gesproken van 'dringende redenen'. Dringende redenen zijn bijvoorbeeld als jij hebt gestolen van de baas (geld of spullen), wanneer je collega's of de baas hebt bedreigd of mishandeld of als je weigert te werken.
Ook jij kunt op staande voet ontslag nemen, bijvoorbeeld wanneer je door je baas mishandeld wordt. Word je door je baas op staande voet ontslagen dan is hij verplicht je mede te delen waarom je wordt ontslagen, en hij moet je ontslag meteen of zo snel mogelijk uitvoeren.
Onterecht ontslagen
Vind jij dat je onterecht bent ontslagen, kom dan meteen in actie. Zeg het tegen je baas en schrijf hem een brief waarin je duidelijk vermeld waarom je het ontslag onterecht vindt en dat er volgens jou geen enkele dringende reden is om jou te ontslaan. Zet er ook bij dat je je beschikbaar stelt om op elk moment weer met werken te beginnen. Doe dit allemaal nog dezelfde dag dat je ontslagen bent! Dit is een voorbeeld van een bezwaarbrief. Zorg ervoor dat je niet alleen staat, schakel de hulp in van een JIP, het Juridisch Loket of de vakbond, als je daar lid van bent. Zij kunnen je adviseren en bijstaan in een situatie als deze. Heb je terecht ontslag op staande voet genomen of heeft je baas je terecht op staande voet ontslagen, dan heb je geen recht op een Werkloosheidsuitkering (WW). Je hebt dan wel recht op een bijstandsuitkering (WWB). Ga daar dan ook meteen naar het CWI toe en wacht niet te lang.
Wederzijds goedvinden
Het kan natuurlijk zo zijn dat jij en je baas het samen eens zijn over de beëindiging van jouw arbeidsovereenkomst, jullie zijn het dan 'wederzijds eens'. In dit geval is er geen enkel probleem. Opzegtermijnen en ontslagvergunning komen er dan niet aan te pas. Belangrijk is wel dat je niet zomaar akkoord gaat als je baas je voorstelt om te stoppen met werken, terwijl er eigenlijk geen enkele reden is om te stoppen. Doe je dit wel en stop je ook echt met werken, dan heb je geen recht op een WW. Er wordt dan vanuit gegaan dat het aan jou te wijten is dat je geen werk meer hebt. Je bent namelijk zomaar akkoord gegaan, zonder te protesteren. Ook in dit geval heb je recht op een bijstandsuitkering (WWB) dus ga dan ook zo snel mogelijk naar het CWI.
Zonder geld?
Nee, je komt niet zomaar zonder geld te zitten na een ontslag of bij een ziekte. Gelukkig zijn er allerlei regels en voorzieningen waardoor je niet zonder geld komt te zitten als je niet kunt werken. Je moet wel aan allerlei voorwaarden voldoen.
Ziektegeld
Als je een keer een dagje ziek bent en niet kunt werken, dan is er niet zoveel aan de hand. Je krijgt die dag gewoon uitbetaald. Je baas is verplicht je het eerste jaar door te betalen behalve als je contract afloopt voordat er een jaar voorbij is. Dan krijg je doorbetaald tot het einde van je contract. Je krijgt 70% van je loon behalve als je zwanger bent, dan krijg je 100%. Als je na dat jaar nog ziek bent, betaalt je baas je niet meer door.
WAO [Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering]
Als je een jaar ziek bent geweest, betaalt je baas je loon niet meer door. Je komt dan in de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Als je een jonggehandicapte bent is er de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Jonggehandicapten (Wajong).
Om voor de WAO of Wajong in aanmerking te komen moet je:
• in Nederland wonen
• voor je 17e verjaardag gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn.
• 52 weken aaneengesloten arbeidsongeschikt zijn geweest
• rechtmatig in Nederland verblijven (dus een verblijfsdocument hebben of de Nederlandse nationaliteit hebben).
• nog studerend en jonger dan 30 jaar en door langdurige ziekte/handicap (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt.
De hoogte van je WAO of Wajong en hoe lang je die krijgt, is afhankelijk van je leeftijd. Er zijn uitzonderingen op de voorwaarden kijk op www.uwv.nl
Bijstandsuitkering (WWB - WET WERK EN BIJSTAND)
In principe heeft iedereen van 18 jaar recht op een bijstandsuitkering, behalve als er een voorliggende voorziening is. Hiermee wordt bedoeld dat je alleen een bijstandsuitkering krijgt als er verder geen wetten of voorzieningen zijn waar jij een beroep op kunt doen, bijvoorbeeld WW.
WW [Werkloosheidsuitkering]
WW staat voor werkloosheidsuitkering.
Deze ontvang je wanneer je:
• buiten je schuld om ontslagen bent
• ingeschreven staat bij het CWI
• in de 39 weken voor je ontslag tenminste 26 weken hebt gewerkt
• door het verlies van deze baan minstens 5 uur per week minder gaat werken (als je er nog een baan bij hebt)
Een WW uitkering vraag je aan bij het UWV werkbedrijf bij jou in de buurt. Je krijgt de WW gedurende 6 maanden. De hoogte van de uitkering is 70% van je laatst verdiende loon. Of je deze 70% ook krijgt, is afhankelijk van hoe lang je hebt gewerkt. Je moet namelijk in de 5 jaar voordat je werkloos werd, 4 jaar hebben gewerkt. Dit wordt de 4-uit-5-eis genoemd. Is dit niet het geval, dan kun je in aanmerking komen voor een kortdurende uitkering: 70% van het minimumloon gedurende een half jaar. Als dan minder uitkering hebt dan het sociaal minimum, kun je een toeslag aanvragen bij het UWV werkbedrijf. Behalve als je jonger bent dan 21 en nog thuis woont, dan heb je geen recht op een toeslag.