Home » Onderwijs » VMBO

 Onderwijs

VMBO

Het vmbo, het voorbereidend middelbaar beroeps onderwijs is een voorbereiding op het middelbaar beroeps onderwijs (mbo). In de eerste jaren van het vmbo volg je de basisvorming, en aan het einde van het tweede of derde leerjaar moet je een leerweg en een sector kiezen. Denk goed na over de leerweg en de sector die je wilt gaan volgen, en welke vrije vakken je daarbij kiest. Je keuze is van invloed op het werk dat je later kunt gaan doen, en dus is het deels bepalend voor je toekomst!

Je kunt jezelf de volgende vragen stellen:

  • Welke vakken vind ik leuk, en waarom? 
  • Welke vakken zijn belangrijk voor een vervolgopleiding of werk na school?
  • Sluiten de vakken in mijn pakket op elkaar aan?

Een leerweg kiezen

Een keuze voor een leerweg is een keuze voor een manier van leren. Een leerweg is een route naar het MBO. Er zijn drie leerwegen:

  • De theoretische leerweg
    Deze leerweg is nog niet gericht op een bepaald beroep. Je kunt doorstromen naar het mbo (vak- of middenkaderopleiding) of naar het havo. Leer je gemakkelijk, en wil je hier voorlopig nog mee doorgaan, dan kun je het beste kiezen voor deze leerweg.
  • De gemengde leerweg
    Als je graag leert en ook graag praktisch bezig bent kun je het beste kiezen voor de gemengde leerweg. Je wordt dan gericht voorbereid op bepaalde beroepen. Je kunt hierna doorstromen naar het mbo (vak- of middenkaderopleiding)
  • De beroepsgerichte leerweg
    Voor als je het liefst leert door praktisch bezig te zijn. Met deze leerweg kun je naar het mbo.
    Deze is onderverdeeld in een kaderberoepsgerichte leerweg en een basisberoepsgeleerde leerweg. Hierbinnen moet je kiezen uit vier sectoren: techniek, economie, landbouw en zorg & welzijn. Leer je het liefst door te doen en leer je niet zo makkelijk, kies dan voor deze leerweg. Met deze leerweg kun je doorstromen naar de basisberoepsopleidingen in het mbo.

Een sector kiezen

Een sector kiezen heeft te maken met welke beroepsopleiding je wilt gaan volgen en welk beroep je later wilt gaan uitoefenen. Bij het kiezen van een sector kun je jezelf afvragen wat jij interessant en boeiend vindt en wat jou een leuk beroep lijkt. Er zijn vier sectoren:

  • Zorg en Welzijn
  • Techniek
  • Economie
  • Landbouw

Deze sectoren hebben ieder weer verschillende afdelingen.

Intrasectoraal (kiezen bij oversta naar MBO)

Als je nog niet definitief wilt kiezen voor een afdeling of beroepsrichting, kun je indien de school dat aanbiedt kiezen voor één van de intrasectorale programma's. Je hoeft dan pas bij de overstap naar het MBO een definitieve beroepsrichting te kiezen. Vraag hiernaar op je school.

Vakkenpakketten

Je kiest eerst een leerweg en dan een sector. Vervolgens kun je het vakkenpakket gaan samenstellen. Het verplichte vakkenpakket voor alle leerwegen bestaat uit de volgende vijf vakken: Nederlands, Engels, Maatschappijleer 1, Kunstvakken 1 en Lichamelijke Opvoeding. Hiernaast heeft de sector die jij kiest ook een aantal verplichte vakken en soms ook nog keuzevakken. Volg jij de leerweg theoretisch, basisberoepsgericht of kaderberoepsgericht? Dan moet zul je nog 1 of 2 extra keuzevakken of afdelingsvakken moeten kiezen.

Leerwegondersteunend onderwijs

Als je denkt dat je extra hulp, ondersteuning of begeleiding nodig hebt, dan is leerwegondersteunend onderwijs misschien iets voor jou. Er zijn verschillende vormen van leerwegondersteunend onderwijs: bijvoorbeeld het nemen van bijles, onderwijs volgen in kleinere groepen of gebruik maken van tijdelijke opvang, wanneer er problemen thuis zijn. Het doel is slagen voor het examen, uiteindelijk! Wil je meer informatie over leerwegondersteunend onderwijs, informeer dan bij je eigen school.

Praktijkonderwijs

Als het volgen van de leerwegen met leerwegondersteuning te moeilijk is voor je, dan kun je praktijkonderwijs gaan volgen. Je wordt dan voorbereid op een baan. Het lesprogramma wordt vaak bepaald door banen in de buurt en er wordt veel praktijkgericht gewerkt. Bovendien is er veel aandacht voor sociale vaardigheden, zoals hoe je moet omgaan met andere mensen. Je krijgt geen diploma, maar kunt vaak wel meteen ergens gaan werken. Wil je meer informatie over het praktijkonderwijs, informeer dan bij je eigen school.